Aandacht

Of er over tien jaar nog STER-spotjes zijn, valt te betwijfelen. Nu zijn ze er nog wel. Gelukkig. Want wie goed kijkt en luistert, ziet daarin de spiegel van onze samenleving. Mannen zijn nooit volwassen geworden kinderen, genieten doe je met een grote G (met de grote G van gebod, want soms lijkt het wel of je niks anders meer mag), en aandacht en gemeenschapszin zijn helemaal in. Dat laatste is fijn. Want luisteren en beluisterd worden zijn belangrijk, net als zorgen voor elkaar. Maar wat ‘in’ is, wordt al snel commercieel uitgenut. En dat is toch vooral wat ik in die STER-blokken zie. NUON luistert, COOP doet het samen, en IKEA maakt met aandacht alles mooier. Plastic.

Toen ik gisteravond weer een paar van die commercials voorbij zag komen, moest ik denken aan Erik. Erik maakte deel uit van één van de teams die Annette Lubbers en ik de afgelopen maanden spraken. Samen met deze teams waren we op zoek naar het antwoord op de kernvraag: wat maakt nu eigenlijk dat je lekker werkt? Om snel te kunnen verdiepen, stelden we deelnemers aan het begin van zo’n sessie enkele persoonlijke vragen. Dat leidde vaak tot prachtige gesprekken. En soms ook tot bijzondere bekentenissen, zoals die van Erik die zei: “Ik weet niet of ik nog wel doorga”.

 “In ons team bedoel je?” Ontstelde collega’s.

Erik knikte. Want hij mistte het gevoel van samen, vertelde hij. Al jaren eigenlijk. Steeds vaker bekroop hem het gevoel dat het hem in zijn werk aan tijd en ruimte ontbreekt om daadwerkelijk in contact te zijn met collega’s en cliënten. En dat zat hem danig dwars, want hier had hij tientallen jaren geleden niet voor gekozen.

Mijn gedachten gingen terug naar de commercial van IKEA over aandacht. Eriks gemis aan verbinding, dacht ik, lijkt niet synchroon te lopen met de koers die onze samenleving vaart. Zie de commercials. En zie ook het regeerakkoord dat deze week het daglicht zag, en dat vol staat met bewegingen die terug lijken te grijpen op vroeger. Vroeger, toen de samenleving nog klein en veilig voelde en waarin mensen elkaar nog kenden en naar elkaar om zagen. Dat ligt niet aan het CDA en de CU. Het is meer een afspiegeling van de geest van deze tijd. Groter is niet langer zalig. Klein is fijn. En persoonlijk verdient de voorkeur boven anoniem. De zorg loopt lijkt in die ontwikkeling een beetje achter te lopen. Dat voelt Erik. En hij kan niet meer wachten op het moment dat het tij definitief is gekeerd.

Eriks geluid staat niet op zichzelf. Zijn behoefte, zou je kunnen zeggen, is die van alle mensen en van alle tijden. De behoefte om gezien te worden, om in contact te zijn, om met mensen op te trekken, om samen te werken. Veel instellingen hebben zich de afgelopen decennia toegelegd op professionalisering van de bedrijfsvoering. Straf sturen dus op geld en resultaatgericht organiseren. Dan gaan tijdelijke en instrumentele relaties al snel domineren. En dat wringt met de oergedachte van zorg.

Teresa Amabile van de Harvard Business School in Boston doet al 35 jaar onderzoek naar geluk op het werk en bevestigt na bestudering van 12duizend dagboeken van werknemers wat Erik voelt. “Veel leidinggevenden weten niet meer wat echt belangrijk is voor medewerkers op de werkvloer (…). Persoonlijke steun is voor hen van fundamenteel belang. Aanmoediging, aansluiting, vriendschap, echt contact… die warme context is wezenlijk voor het creatieve vermogen van medewerkers om zelf oplossingen te kunnen bedenken. Hoe meer vreugde en liefde op de werkvloer, hoe groter de creativiteit, des te beter de resultaten.” Bovendien willen mensen ruimte om te kunnen werken. Small wins noemt Amabile die; kleine succesjes die je zelf boekt en die maken dat je graag verder werkt. Faciliteer die succesruimte als organisatie en je bereikt meer dan je voor mogelijk had gehouden, houdt zij managers voor.

Investeren in professionele beweegruimte en samenwerking is dus niet alleen goed voor Erik maar voor zijn hele organisatie. Erik zelf maakt dat niet meer mee. Hij is in gesprek over vervroegde uittreding. “Ik hoop dat het lukt. Dan ga ik me helemaal wijden aan fotografie”, vertrouwde hij me met de deurknop in de hand toe. “Want daar ligt al jaren mijn passie.”

Dat klonk alles behalve plastic.

Artwin Nuhn

Aandacht

Of er over tien jaar nog STER-spotjes zijn, valt te betwijfelen. Nu zijn ze er nog wel. Gelukkig. Want wie goed kijkt en luistert, ziet daarin de spiegel van onze samenleving. Mannen zijn nooit volwassen geworden kinderen, genieten doe je met een grote G (met de grote G van gebod, want soms lijkt het wel of je niks anders meer mag), en aandacht en gemeenschapszin zijn helemaal in. Dat laatste is fijn. Want luisteren en beluisterd worden zijn belangrijk, net als zorgen voor elkaar. Maar wat ‘in’ is, wordt al snel commercieel uitgenut. En dat is toch vooral wat ik in die STER-blokken zie. NUON luistert, COOP doet het samen, en IKEA maakt met aandacht alles mooier. Plastic.

Toen ik gisteravond weer een paar van die commercials voorbij zag komen, moest ik denken aan Erik. Erik maakte deel uit van één van de teams die Annette Lubbers en ik de afgelopen maanden spraken. Samen met deze teams waren we op zoek naar het antwoord op de kernvraag: wat maakt nu eigenlijk dat je lekker werkt? Om snel te kunnen verdiepen, stelden we deelnemers aan het begin van zo’n sessie enkele persoonlijke vragen. Dat leidde vaak tot prachtige gesprekken. En soms ook tot bijzondere bekentenissen, zoals die van Erik die zei: “Ik weet niet of ik nog wel doorga”.

 “In ons team bedoel je?” Ontstelde collega’s.

Erik knikte. Want hij mistte het gevoel van samen, vertelde hij. Al jaren eigenlijk. Steeds vaker bekroop hem het gevoel dat het hem in zijn werk aan tijd en ruimte ontbreekt om daadwerkelijk in contact te zijn met collega’s en cliënten. En dat zat hem danig dwars, want hier had hij tientallen jaren geleden niet voor gekozen.

Mijn gedachten gingen terug naar de commercial van IKEA over aandacht. Eriks gemis aan verbinding, dacht ik, lijkt niet synchroon te lopen met de koers die onze samenleving vaart. Zie de commercials. En zie ook het regeerakkoord dat deze week het daglicht zag, en dat vol staat met bewegingen die terug lijken te grijpen op vroeger. Vroeger, toen de samenleving nog klein en veilig voelde en waarin mensen elkaar nog kenden en naar elkaar om zagen. Dat ligt niet aan het CDA en de CU. Het is meer een afspiegeling van de geest van deze tijd. Groter is niet langer zalig. Klein is fijn. En persoonlijk verdient de voorkeur boven anoniem. De zorg loopt lijkt in die ontwikkeling een beetje achter te lopen. Dat voelt Erik. En hij kan niet meer wachten op het moment dat het tij definitief is gekeerd.

Eriks geluid staat niet op zichzelf. Zijn behoefte, zou je kunnen zeggen, is die van alle mensen en van alle tijden. De behoefte om gezien te worden, om in contact te zijn, om met mensen op te trekken, om samen te werken. Veel instellingen hebben zich de afgelopen decennia toegelegd op professionalisering van de bedrijfsvoering. Straf sturen dus op geld en resultaatgericht organiseren. Dan gaan tijdelijke en instrumentele relaties al snel domineren. En dat wringt met de oergedachte van zorg.

Teresa Amabile van de Harvard Business School in Boston doet al 35 jaar onderzoek naar geluk op het werk en bevestigt na bestudering van 12duizend dagboeken van werknemers wat Erik voelt. “Veel leidinggevenden weten niet meer wat echt belangrijk is voor medewerkers op de werkvloer (…). Persoonlijke steun is voor hen van fundamenteel belang. Aanmoediging, aansluiting, vriendschap, echt contact… die warme context is wezenlijk voor het creatieve vermogen van medewerkers om zelf oplossingen te kunnen bedenken. Hoe meer vreugde en liefde op de werkvloer, hoe groter de creativiteit, des te beter de resultaten.” Bovendien willen mensen ruimte om te kunnen werken. Small wins noemt Amabile die; kleine succesjes die je zelf boekt en die maken dat je graag verder werkt. Faciliteer die succesruimte als organisatie en je bereikt meer dan je voor mogelijk had gehouden, houdt zij managers voor.

Investeren in professionele beweegruimte en samenwerking is dus niet alleen goed voor Erik maar voor zijn hele organisatie. Erik zelf maakt dat niet meer mee. Hij is in gesprek over vervroegde uittreding. “Ik hoop dat het lukt. Dan ga ik me helemaal wijden aan fotografie”, vertrouwde hij me met de deurknop in de hand toe. “Want daar ligt al jaren mijn passie.”

Dat klonk alles behalve plastic.

Artwin Nuhn

Aandacht

Of er over tien jaar nog STER-spotjes zijn, valt te betwijfelen. Nu zijn ze er nog wel. Gelukkig. Want wie goed kijkt en luistert, ziet daarin de spiegel van onze samenleving. Mannen zijn nooit volwassen geworden kinderen, genieten doe je met een grote G (met de grote G van gebod, want soms lijkt het wel of je niks anders meer mag), en aandacht en gemeenschapszin zijn helemaal in. Dat laatste is fijn. Want luisteren en beluisterd worden zijn belangrijk, net als zorgen voor elkaar. Maar wat ‘in’ is, wordt al snel commercieel uitgenut. En dat is toch vooral wat ik in die STER-blokken zie. NUON luistert, COOP doet het samen, en IKEA maakt met aandacht alles mooier. Plastic.

Toen ik gisteravond weer een paar van die commercials voorbij zag komen, moest ik denken aan Erik. Erik maakte deel uit van één van de teams die Annette Lubbers en ik de afgelopen maanden spraken. Samen met deze teams waren we op zoek naar het antwoord op de kernvraag: wat maakt nu eigenlijk dat je lekker werkt? Om snel te kunnen verdiepen, stelden we deelnemers aan het begin van zo’n sessie enkele persoonlijke vragen. Dat leidde vaak tot prachtige gesprekken. En soms ook tot bijzondere bekentenissen, zoals die van Erik die zei: “Ik weet niet of ik nog wel doorga”.

 “In ons team bedoel je?” Ontstelde collega’s.

Erik knikte. Want hij mistte het gevoel van samen, vertelde hij. Al jaren eigenlijk. Steeds vaker bekroop hem het gevoel dat het hem in zijn werk aan tijd en ruimte ontbreekt om daadwerkelijk in contact te zijn met collega’s en cliënten. En dat zat hem danig dwars, want hier had hij tientallen jaren geleden niet voor gekozen.

Mijn gedachten gingen terug naar de commercial van IKEA over aandacht. Eriks gemis aan verbinding, dacht ik, lijkt niet synchroon te lopen met de koers die onze samenleving vaart. Zie de commercials. En zie ook het regeerakkoord dat deze week het daglicht zag, en dat vol staat met bewegingen die terug lijken te grijpen op vroeger. Vroeger, toen de samenleving nog klein en veilig voelde en waarin mensen elkaar nog kenden en naar elkaar om zagen. Dat ligt niet aan het CDA en de CU. Het is meer een afspiegeling van de geest van deze tijd. Groter is niet langer zalig. Klein is fijn. En persoonlijk verdient de voorkeur boven anoniem. De zorg loopt lijkt in die ontwikkeling een beetje achter te lopen. Dat voelt Erik. En hij kan niet meer wachten op het moment dat het tij definitief is gekeerd.

Eriks geluid staat niet op zichzelf. Zijn behoefte, zou je kunnen zeggen, is die van alle mensen en van alle tijden. De behoefte om gezien te worden, om in contact te zijn, om met mensen op te trekken, om samen te werken. Veel instellingen hebben zich de afgelopen decennia toegelegd op professionalisering van de bedrijfsvoering. Straf sturen dus op geld en resultaatgericht organiseren. Dan gaan tijdelijke en instrumentele relaties al snel domineren. En dat wringt met de oergedachte van zorg.

Teresa Amabile van de Harvard Business School in Boston doet al 35 jaar onderzoek naar geluk op het werk en bevestigt na bestudering van 12duizend dagboeken van werknemers wat Erik voelt. “Veel leidinggevenden weten niet meer wat echt belangrijk is voor medewerkers op de werkvloer (…). Persoonlijke steun is voor hen van fundamenteel belang. Aanmoediging, aansluiting, vriendschap, echt contact… die warme context is wezenlijk voor het creatieve vermogen van medewerkers om zelf oplossingen te kunnen bedenken. Hoe meer vreugde en liefde op de werkvloer, hoe groter de creativiteit, des te beter de resultaten.” Bovendien willen mensen ruimte om te kunnen werken. Small wins noemt Amabile die; kleine succesjes die je zelf boekt en die maken dat je graag verder werkt. Faciliteer die succesruimte als organisatie en je bereikt meer dan je voor mogelijk had gehouden, houdt zij managers voor.

Investeren in professionele beweegruimte en samenwerking is dus niet alleen goed voor Erik maar voor zijn hele organisatie. Erik zelf maakt dat niet meer mee. Hij is in gesprek over vervroegde uittreding. “Ik hoop dat het lukt. Dan ga ik me helemaal wijden aan fotografie”, vertrouwde hij me met de deurknop in de hand toe. “Want daar ligt al jaren mijn passie.”

Dat klonk alles behalve plastic.

Artwin Nuhn

Aandacht

Of er over tien jaar nog STER-spotjes zijn, valt te betwijfelen. Nu zijn ze er nog wel. Gelukkig. Want wie goed kijkt en luistert, ziet daarin de spiegel van onze samenleving. Mannen zijn nooit volwassen geworden kinderen, genieten doe je met een grote G (met de grote G van gebod, want soms lijkt het wel of je niks anders meer mag), en aandacht en gemeenschapszin zijn helemaal in. Dat laatste is fijn. Want luisteren en beluisterd worden zijn belangrijk, net als zorgen voor elkaar. Maar wat ‘in’ is, wordt al snel commercieel uitgenut. En dat is toch vooral wat ik in die STER-blokken zie. NUON luistert, COOP doet het samen, en IKEA maakt met aandacht alles mooier. Plastic.

Toen ik gisteravond weer een paar van die commercials voorbij zag komen, moest ik denken aan Erik. Erik maakte deel uit van één van de teams die Annette Lubbers en ik de afgelopen maanden spraken. Samen met deze teams waren we op zoek naar het antwoord op de kernvraag: wat maakt nu eigenlijk dat je lekker werkt? Om snel te kunnen verdiepen, stelden we deelnemers aan het begin van zo’n sessie enkele persoonlijke vragen. Dat leidde vaak tot prachtige gesprekken. En soms ook tot bijzondere bekentenissen, zoals die van Erik die zei: “Ik weet niet of ik nog wel doorga”.

 “In ons team bedoel je?” Ontstelde collega’s.

Erik knikte. Want hij mistte het gevoel van samen, vertelde hij. Al jaren eigenlijk. Steeds vaker bekroop hem het gevoel dat het hem in zijn werk aan tijd en ruimte ontbreekt om daadwerkelijk in contact te zijn met collega’s en cliënten. En dat zat hem danig dwars, want hier had hij tientallen jaren geleden niet voor gekozen.

Mijn gedachten gingen terug naar de commercial van IKEA over aandacht. Eriks gemis aan verbinding, dacht ik, lijkt niet synchroon te lopen met de koers die onze samenleving vaart. Zie de commercials. En zie ook het regeerakkoord dat deze week het daglicht zag, en dat vol staat met bewegingen die terug lijken te grijpen op vroeger. Vroeger, toen de samenleving nog klein en veilig voelde en waarin mensen elkaar nog kenden en naar elkaar om zagen. Dat ligt niet aan het CDA en de CU. Het is meer een afspiegeling van de geest van deze tijd. Groter is niet langer zalig. Klein is fijn. En persoonlijk verdient de voorkeur boven anoniem. De zorg loopt lijkt in die ontwikkeling een beetje achter te lopen. Dat voelt Erik. En hij kan niet meer wachten op het moment dat het tij definitief is gekeerd.

Eriks geluid staat niet op zichzelf. Zijn behoefte, zou je kunnen zeggen, is die van alle mensen en van alle tijden. De behoefte om gezien te worden, om in contact te zijn, om met mensen op te trekken, om samen te werken. Veel instellingen hebben zich de afgelopen decennia toegelegd op professionalisering van de bedrijfsvoering. Straf sturen dus op geld en resultaatgericht organiseren. Dan gaan tijdelijke en instrumentele relaties al snel domineren. En dat wringt met de oergedachte van zorg.

Teresa Amabile van de Harvard Business School in Boston doet al 35 jaar onderzoek naar geluk op het werk en bevestigt na bestudering van 12duizend dagboeken van werknemers wat Erik voelt. “Veel leidinggevenden weten niet meer wat echt belangrijk is voor medewerkers op de werkvloer (…). Persoonlijke steun is voor hen van fundamenteel belang. Aanmoediging, aansluiting, vriendschap, echt contact… die warme context is wezenlijk voor het creatieve vermogen van medewerkers om zelf oplossingen te kunnen bedenken. Hoe meer vreugde en liefde op de werkvloer, hoe groter de creativiteit, des te beter de resultaten.” Bovendien willen mensen ruimte om te kunnen werken. Small wins noemt Amabile die; kleine succesjes die je zelf boekt en die maken dat je graag verder werkt. Faciliteer die succesruimte als organisatie en je bereikt meer dan je voor mogelijk had gehouden, houdt zij managers voor.

Investeren in professionele beweegruimte en samenwerking is dus niet alleen goed voor Erik maar voor zijn hele organisatie. Erik zelf maakt dat niet meer mee. Hij is in gesprek over vervroegde uittreding. “Ik hoop dat het lukt. Dan ga ik me helemaal wijden aan fotografie”, vertrouwde hij me met de deurknop in de hand toe. “Want daar ligt al jaren mijn passie.”

Dat klonk alles behalve plastic.

Artwin Nuhn